Bedrijfsresultaten en Vpb of IB
De grondslagen voor de winstbepaling in de vennootschapsbelasting en in de inkomsten-belasting zijn dezelfde, met een enkele uitzondering. Binnen de BV kan ook voor de ondernemer (DGA) een pensioenregeling worden opgenomen en vormen de kosten daarvan binnen de gestelde regels een aftrek op de winst voor de vennootschapsbelasting. De IB-ondernemers kennen binnen de inkomstenbelasting een aantal extra forfaitaire aftrek faciliteiten.

Een ander belangrijk verschil is dat de IB-ondernemer onroerend goed dat gemengd gebruikt wordt naar keuze geëtiketteerd kan worden, terwijl dit niet zo is bij een onderneming in een BV: onroerend goed is eigendom van óf de BV óf de DGA.

Gemengd gebruik van onroerend goed leidt ertoe dat de waardestijging van het zakelijk gedeelte in de toekomst (bij staking) in de heffing inkomstenbelasting box 1 wordt betrokken; het onderhoud e.d. m.b.t het zakelijk deel is aftrekbaar.

De DGA die zijn privé pand ter beschikking stelt aan de BV, betaalt 25% IB (box 2) over de huur; huur en onderhoud is voor de vennootschap aftrekbaar. De waardestijging is bij beëindiging verhuur aan de vennootschap belast in box 1. Als de vennootschap het bedrijfspand in eigendom heeft, dan is de waardestijging bij verkoop in de Vpb belast. De terbeschikking stelling is een dure fiscale oplossing.

Door de steeds toenemende transparantie van rechtspersonen en DGA's / bestuurders ten aanzien van de aansprakelijkheid, wordt de rechtsvorm keuze steeds meer fiscaal gestuurd.

Elementen die daarbij een rol spelen zijn:

Het antwoord op uw situatie is dus maatwerk.

J. Trouwborst Registeraccountant
Industrieweg 2
2921 LB Krimpen aan den IJssel
0180 - 55 12 32 / 06 - 53 114 822